Meedoen
Teylers Museum
Downloads
Docenten
Geschiedenis
Soorten en betekenis
Je eigen piercing
FAQ's
Links
Fun
Colofon
Homepage
Homepage
Homepage
 


Soorten en betekenis

Navel
Tong
Neus
Neusschot
Oor
Oorlellen
Lippen

Lipschotels
Lippluggen
Tepel
Genitaliën

Navel
De navelpiercing is nog maar net uitgevonden. Dat komt omdat de vrouwenbuik in het Westen pas sinds kort getoond wordt. Het begon in 1953 met de introductie van de bikini. Een revolutionair kledingstuk, omdat de navel in die tijd als gewaagde plek werd beschouwd en dus onfatsoenlijk was om te tonen. Maar het dragen van korte shirtjes, die een stukje blote buik lieten zien, werd midden jaren tachtig geïntroduceerd door Madonna. Door haar zag je voor het eerst navels op straat. Kort daarop droegen de supermodellen Christine Turlington en Naomi Campbell er op de catwalk gouden ringen in: de navelpiercing was geboren. Nadat ook Madonna, Janet Jackson en Britney Spears hun navels met piercings hadden versierd, kon op grote schaal het imiteren beginnen. De navelpiercing is tegenwoordig onder meisjes de meest populaire versiering.

Meisje met navelpiercing. Foto (c) Fons Brasser

Tong
De oudst bekende vormen van tongpiercing zijn afkomstig van de Azteken en Maya’s van Midden-Amerika. Priesters doorboorden hun tong voor het verkrijgen van bloed voor plengoffers en om in trance te raken om zo beter met de goden te kunnen communiceren. Dezelfde toepassing had de tongpiercing bij sommige indianenstammen van Noordwest-Amerika. De permanente tongpiercing is nog niet zo oud en wordt gekozen vanwege het provocerende karakter en de stimulerende werking die het kan hebben tijdens zoenen en vrijen. Via Janet Jackson, Keith Flint van de Prodigy en Mel B van de Spice Girls werd de tongpiercing bekend bij het grote publiek.

Meisje met drie tongpiercings. Foto (c) Rob Webster

Neus
De neusring als versiering komt al voor in de bijbel. Hoe groter het sieraad hoe welgestelder de drager was. Nog steeds is het neussieraad populair bij nomadische stammen van Noord-Afrika en de bedoeïenen uit het Midden Oosten. In de 16de eeuw bereikte de neusring India, waar het door de rijkere mensen werd overgenomen. In India wordt het sieraad meestal in de linker neusvleugel aangebracht, omdat deze plek in de geneeskunst wordt geassocieerd met de vrouwelijke voortplantingsorganen. De piercing moet zorgen voor een voorspoedige bevalling en minder menstruatiepijn.

Meisje uit India met neussieraad. Foto (c) Tropenmuseum Amsterdam

Uit India terugkerende hippies brachten de neuspiercing naar het Westen. De punkbeweging adopteerde de neuspiercing als een teken van rebellie tegen de gevestigde waarden. Door Madonna en Lenny Kravitz werd de neuspiercing ook onder de hedendaagse jeugd populair.

Meisje met neusknopje en oorbellen. Foto (c) Fons Brasser

Neusschot
Het doorboren van het neusschot en van de neusvleugels komt alleen voor in Irian Jaya, Papua Nieuw-Guinea en de Salomon Eilanden. Het aanbrengen van versieringen in de neusvleugels doet niet meer pijn dan in een oorlel, maar een gat maken in het neustussenschot is veel pijnlijker. Dit is een onderdeel van een initiatieritueel, dat een jongen tot man maakt. Een lange bamboestok met punt doorboort met krachtige stoot het tussenschot, waar een stukje hout, bamboe of de pen van een vogelveer door wordt gestoken. Op latere leeftijd worden deze voorwerpen vervangen door neussieraden gemaakt van varkensbot of mensenbot.

  Jongen met neusring door zijn neusschot. Foto (c) Fons Brasser

Oor
De oorlel, zowel bij mannen als bij vrouwen, is altijd en overal de meest populaire plek geweest om te piercen. Zelfs de 5000 jaar oude Ötzi, die in 1991 in een Oostenrijkse gletsjer werd ontdekt, had ca. 10mm wijde gaatjes in zijn oren. Oorpiercings zullen in eerste instantie om magische redenen zijn uitgevoerd. Het oor werd door veel volkeren gezien als de plek waar demonen het lichaam binnen konden komen. Boze geesten werden dan geweerd door bij de gehooringang permanente amuletten aan te brengen. Zeelieden geloofden met een oorring beter zicht te hebben, bovendien werd het goud van een oorring ook als begrafenisverzekering gezien.
Het doorboren van de oorlel gebeurt meestal op zeer jonge leeftijd als onderdeel van rituelen die de jongen of het meisje moeten leiden naar de volwassenheid.
In de Westerse wereld kon men met de oorbel ook zijn of haar welstand uitdrukken. Vooral in de 16de en 17de eeuw was de oorbel onder welgestelde mannen populair. Nu is het oor het meest gepiercete lichaamsdeel, bij jong en oud en waar ter wereld ook.

Walcherse boer met een oorring, circa 1920. Foto (c) Openluchtmuseum Arnhem

Oorlellen
In Indonesië is het dragen van oorbellen de meest gebruikelijke manier van lichaamsversiering. Afhankelijk van de streek hebben niet alleen vrouwen maar ook mannen doorboorde oorlellen. Soms draagt men door een klein gat een dun ringetje, maar vaak zijn het grote, zware oorhangers waarvoor een behoorlijk gat in de oorlel nodig is. Om het gat op te rekken gebruikte men een opgerold palmblad, dat steeds dikker werd gemaakt tot de gewenste diameter was verkregen. Dan pas werden de versierde pluggen in het gat aangebracht of zware sieraden om de oorlel nog meer uit te rekken.
Diverse Dayakstammen van Borneo hadden als schoonheidsideaal zeer lang uitgerekte oorlellen die tot het borstbeen reikten. Om dit te bereiken werden zware koperen ringen door de oorlel gehangen, waarvan het aantal en dus ook het gewicht in de loop der jaren toenam. Uiteraard moest men zeer voorzichtig te werk gaan omdat de oorlel snel kapot kan gaan. Uitgescheurde oorlellen was een van de ergste dingen die een Dayak kon overkomen. Zo kon hij niet meer via de sieraden zijn prestige laten gelden.

Kelabit vrouw met zware oorsieraden. Foto (c) Frans Welman   Rob van Rijn, eigenaar piercingshop Rings of Pleasure, Haarlem. Foto (c) Fons Brasser

Lippen
Het doorboren van de lip met een ring komt alleen voor bij enkele stammen uit Mali en Ethiopië. Daar zou de ring een onderdeel van een weefgetouw zijn dat verantwoordelijk is geweest voor het totstandkomen van de spraak. Alle andere lippiercings bestaan uit pluggen aan weerszijden van de lippen en op de boven- of beneden de onderlip. De labretpiercing, tegen de onderlip, was populair bij de mannelijke Azteken en Maya’s en was een teken van welstand. De pluggen boven de lip komen nog voor bij Afrikaanse vrouwen en wijzen op hun gehuwde staat. Hoe groter het sieraad hoe groter hun schoonheid. Een plug onder lip kan betekenen dat zij nog ongehuwd zijn. Schotels in de lippen kunnen enorme afmetingen aannemen, vooral bij vrouwen in Afrika en mannelijke Indianen uit het Amazonegebied. Soms worden met lippiercings dieren geïmiteerd door het aanbrengen van ivoren stekels van walrustanden bij de Inuit van noordelijk Alaska en Canada, of de pennen van vogelveren bij Zuid-Amerikaanse indianen, vaak als onderdeel van een initiatierite, soms als teken van hun sociale status.

Lipschotels
Lipschotels worden in Afrika gedragen door vrouwen en in Zuid-Amerika door mannen. Zij komen zowel alleen in boven- of onderlip voor als in beide lippen. De lippen worden losgesneden van de boven- of onderliggende huid. De snede wordt opgevuld met een ronde schotel van hout of klei. De schotels worden steeds door een grotere schijf vervangen totdat de lippen tot een maximale grootte zijn uitgerekt. Bij meisjes in Afrika wordt de lipschotel meestal een half jaar vóór het trouwen aangebracht, zodat zij tijdens de huwelijksplechtigheid in vol ornaat kunnen verschijnen.
Bijna overal in Afrika is deze lipversiering verdwenen, behalve bij de Surmi-vrouwen in het zuidwesten van Ethiopië. Daar worden in dat half jaar de aanstaande bruiden door de stamoudsten begeleid naar volwassenheid en opgeleid tot het huwelijk. In een ver verleden zouden de wijsheden voor vrouwen verkregen zijn door kikkers. Dat zou uiteindelijk geleid hebben tot het aanbrengen van een kikkerbek. Sommige vrouwen behagen hun man door na het huwelijk nog grotere schotels aan te brengen, waardoor hun schoonheid toeneemt maar ook hun afhankelijkheid. Met lipschotels kan namelijk niet gegeten worden en ook praten is onmogelijk. Op die manier zijn ze hun man of de dorpsgemeenschap nooit tot last.
De vrouwen van Tsjaad en Soedan zouden lipschotels dragen omdat zij zo de vogelgeluiden van de lepelaar zouden kunnen nabootsen, een vogel die zij daar vereren.

Meisje uit Zuid-Ethiopië met lipschotel. Uit: Return of the Tribal, 1998.    

Lippluggen
Een lipplug wordt meestal tussen de neus en bovenlip van vrouwen aangebracht en kwam voor in Ghana, Ivoorkust en Kameroen. Moeders doorboorden de bovenlip van hun kind al op jonge leeftijd en hielden het gat open met een bundeltje gras dat steeds dikker werd gemaakt. Wanneer het gat een diameter had van twee centimeter werd de plug van klei, hout of steen aangebracht. Daar moest de plug het binnenkomen van slechte geesten in de mond tegengaan.

Tepel
Het piercen van de tepel is tegenwoordig de populairste vorm van een erotische piercing. Tepelringen en –staafjes vergroten meestal de gevoeligheid van de tepels en zijn stimulerend bij het seksleven. Vroeger had de tepelpiercing vooral een praktische toepassing: Romeinse centurions bevestigden op die manier hun leren borstplaat aan hun lichaam. Een tepelpiercing stond bij hen voor moed en mannelijkheid. Als modeaccessoire zou deze piercing pas in de 14de eeuw weer terugkomen voor het bedekken van de tepels met juwelen. Aan het eind van de 19de eeuw was de tepelpiercing mode onder Engelse societydames. Na lang een ondergronds bestaan te hebben geleid in sm- en homokringen, raakte de tepelpiercing pas echt geaccepteerd door gepiercete zangers als Lenny Kravitz en Axel Rose van Guns & Roses.
Tepelringen bij niet-westerse volkeren kwamen voor bij de Karankawa Indianen uit Texas, terwijl men ze nu nog aantreft bij vrouwen van de nomadische Kabylen-stam uit Algerije.

Genitaliën
Onder tal van erotische piercings, die bij het liefdesspel het wederzijds genot moeten verhogen, is het horizontaal doorboren van de eikel wel de meest heftige piercing. Deze is afkomstig van de gebieden rond de Indische Oceaan. Hoewel soms al tijdens de kindertijd aangebracht, maakt het zetten van deze piercing meestal deel uit van riten die tijdens de pubertijd worden uitgevoerd, gewoonlijk door een oudere vrouw. Men maakte gebruik van een metalen staafje, afgesloten met schijfjes, ook staafjes van been, ivoor of zelfs goud. Deze piercing was vooral populair onder de Dayaks op Borneo, die hiermee het zwelbotje in de penis van de neushoorn imiteerden. Een verticale doorboring van de eikel wordt onder meer beschreven in de Kama Sutra, het klassieke Hindoeïstische boek over liefde en sociale omgang.
Piercings bij vrouwen werden vroeger toegepast in Afrika, India en Perzië, voornamelijk om de schaamlippen te verzegelen. Tegenwoordig worden de schaamlippen en clitoris gepiercet om seksuele redenen.

Ampallangs, houten voorbeelden van piercing door de eikel. Foto (c) Martijn Zegel/Teylers Museum